‘Coronatermen’ als merk?

Sinds de uitbraak van het coronavirus proberen mensen wereldwijd steeds vaker termen die te maken het coronavirus als merk te registreren. Ook in de Benelux gebeurt dit. Maar heeft het zin om deze “coronatermen” als merk aan te vragen?

Belangrijke gebeurtenissen

Elke keer als er een belangrijke gebeurtenis is, doen mensen merkaanvragen die aan die betreffende gebeurtenis refereren. Zo ook met het coronavirus. Mensen hopen blijkbaar te kunnen profiteren van het monopolie dat een merk biedt. Maar kun je ‘coronatermen’ als merk aanvragen?

Opmerkelijke aanvragen

Als je in het Benelux merkenregister zoekt, kom je vele “aparte” merkaanvragen tegen. Zo zijn recentelijk de volgende  ‘coronatermen’ als merk aangevraagd bij BOIP:

  1. COVID-19 SURVIVOR voor o.a. t-shirts en petten; 
  2. CORONA BABY, voor o.a. babykleding;
  3. CORONA THERAPEUTICS, voor o.a. medische diensten.

Deze aanvragen zijn voorlopig geweigerd. Dat betekent dat BOIP vindt dat deze aanvragen niet voldoen aan de eisen voor merken. 

Wat is een merk?

Een merk geeft je een monopolie voor gebruik van dat merk voor bepaalde producten of diensten. Het merk moet echter wel  voldoen aan de juridische voorwaarden van merken. Het juridische doel van een merk is dat de consument het product of de dienst waarvoor het merk is aangevraagd, als afkomstig van een bepaald bedrijf kan herkennen. Voorbeeld: je koopt een APPLE computer omdat jou met dat merk een bepaalde kwaliteit en design beloofd wordt dat van een bepaalde onderneming komt. Het merk moet hiervoor onderscheidend vermogen hebben en mag het niet beschrijvend zijn. Van belang hierbij zijn de producten en diensten waarvoor de aanvrager het merk aanvroeg.  

Wat houdt “onderscheidend vermogen hebben” in?

Als een merk onderscheidend vermogen heeft, zorgt het ervoor dat de consument in staat is te herkennen dat een product of dienst van een bepaald bedrijf is. Zo kan die consument zijn aankoopbeslissing doen. Als de consument het merk niet als merk ziet, heeft het merk geen onderscheidend vermogen. Dit kan om verschillende redenen zo zijn. Het merk kan bijvoorbeeld te gangbaar zijn, maar het kan bijvoorbeeld ook te simpel zijn of juist te ingewikkeld. Een voorbeeld van een merk zonder onderscheidend vermogen is een enkele stip. Zo’n merk is in principe namelijk te simpel om als merk herkend te worden. Een voorbeeld van een merk met onderscheidend vermogen is een plaatje van een appel voor het product computers. 

Wat houdt “niet beschrijvend zijn” in?

Als een merk niet beschrijvend is, beschrijft het geen enkel kenmerk van het product of de dienst waarvoor het wordt aangevraagd. Het mag bijvoorbeeld niet beschrijven voor wie het product of de dienst bestemd kan zijn, of een eventuele kwaliteit die het product of de dienst kan hebben. Of de plaats waar het product of de dienst vandaan kan komen. Een voorbeeld van een beschrijvend merk is “Apple” voor fruitsappen. Een dergelijk merk zou namelijk de smaak van de fruitsap kunnen beschrijven. Een voorbeeld van een niet beschrijvend merk is APPLE voor computers. 

Omdat een merk zonder onderscheidend vermogen in veel gevallen ook beschrijvend is, worden deze gronden vaak samen genoemd door BOIP.

Dit gaat niet over of een merk “vrij” is

Let op, dit hele verhaal gaat dus over de wettelijke vereisten voor een Benelux merk en dus niet over de vraag of een merk “vrij” is. Een merk zonder onderscheidend vermogen en/of een merk dat beschrijvend is, wordt namelijk geweigerd door BOIP. Dit staat nog los van een eventueel bezwaar door oudere merkhouders, als het betreffende merk ook nog eens te veel lijkt op een ouder merk en in hetzelfde vaarwater zit als dat merk. Iedereen weet natuurlijk dat APPLE een geregistreerd merk is. Deze voorbeelden worden enkel gegeven om uit te leggen wat een onderscheidend en niet beschrijvend merk zou zijn, en wat niet.  

Zijn de ‘coronaterm’ merken onderscheidend/niet beschrijvend?

Kun je dus ‘coronatermen’ als merk aanvragen? Als we tegen deze achtergrond kijken naar de 3 merkaanvragen voor ‘coronatermen’, vindt BOIP de aanvraag onder 1 niet onderscheidend, en de aanvragen onder 2 en 3 niet onderscheidend en beschrijvend. 

Neem nou het merk onder 1. De term “COVID-19” is de officiële naam voor het coronavirus, terwijl “survivor” Engels is voor overlever. Het merk stelt de consument niet in staat om het als merk te zien, omdat het daarvoor te gangbaar is. Het merk is dan ook niet onderscheidend.

En merk 2 (CORONA BABY)? BOIP beschouwt de term “corona” inmiddels als een ander woord voor “het coronavirus”, “de uitbraak van het coronavirus” en “de crisis als gevolg van de uitbraak van het coronavirus”. Hiermee is dit merk beschrijvend omdat de babykleding waarvoor het merk aangevraagd is, bestemd kan zijn voor baby’s die verwekt zijn ten tijde van de coronacrisis, of die geboren zijn in die tijd. Het merk is daarnaast om dezelfde reden als merk 1 ook niet onderscheidend. 

Merk nummer 3 tenslotte is beschrijvend omdat het kan zijn voor medische diensten in de vorm van therapie voor mensen die ziek zijn geweest als gevolg van het coronavirus. En ook dit merk mist onderscheidend vermogen, om dezelfde reden als merk 1.

“Kan” is voldoende

Zoals je ziet gaat het er steeds om of het merk beschrijvend kan zijn. Het merk CORONA BABY hoeft namelijk niet daadwerkelijk voor babykleding te zijn die bestemd is voor baby’s die tijdens de coronacrisis verwekt zijn. De enkele mogelijkheid is al voldoende voor een weigering. 

Altijd beschrijvend?

Zijn ‘coronatermen’ altijd beschrijvend en kun je dus nooit een ‘coronaterm’ als merk aanvragen? Niet als je er een onderscheidend element bij doet. Het merk OLVG CORONA CHECK (aangevraagd voor o.a. medische testen), is een goed voorbeeld. Als enkel “corona check” zou zijn aangevraagd, zou het zijn geweigerd, want beschrijvend. Maar het onderscheidende element “OLVG” maakt deel uit van het merk, en dat is het merk van het OLVG ziekenhuis in Amsterdam. En dan is het merk OLVG CORONA CHECK opeens niet meer beschrijvend. Maar hiermee krijgt het OLVG ziekenhuis geen monopolie op de term “corona check”, want die is beschrijvend. 

Goede zeden

Er is ook een andere reden waarom ‘coronatermen’ als merk kunnen worden geweigerd. Één van de verschillende andere voorwaarden waaraan merken moeten voldoen is dat ze niet in strijd met de goede zeden of de openbare orde mogen zijn. BOIP vindt het merk onder 1 (COVID-19 SURVIVOR) ook in strijd met de goede zeden. Dit is begrijpelijk, zeker nu er juist zoveel slachtoffers vallen als gevolg van het coronavirus, en nu de coronacrisis zo’n grote impact heeft op de wereld. 

Heeft het zin?

Je ziet dus, het heeft weinig zin om op deze manier geld proberen te verdienen aan deze vreselijke crisis. De kans is namelijk groot dat ‘coronatermen’ als merk zullen worden geweigerd!

Dit artikel werd eerder gepubliceerd op Frankwatching

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *