Coronavirus en parodieën op merken

Ik schreef voor Sprout.nl eerder iets over de impact van het coronavirus op het imago van biermerk Corona. Daarin ging het ook een beetje over memes en parodieën op merken. Nu dit virus zich verder uitspreidt en steeds meer trending wordt, blijven de grappen, parodieën en memes populair. In een recente populaire video van het satirisch programma Zondag met Lubach werd een parodie gemaakt over het coronavirus en 2 merken. Hierdoor rijst de vraag: hoe zit het met parodieën op merken? Wanneer zijn parodieën op merken toegestaan en wanneer kan de merkhouder actie ondernemen?

Satirische video

Het programma Zondag met Lubach maakt vaak satirische video’s die aanhaken op de actualiteit. Deze video’s gaan vaak viraal (pun not intended). Zo is de video waarin Nederland aan de Amerikaanse president Trump werd voorgesteld zo massaal gedeeld, dat er zelfs in de VS over werd gesprokenNu het coronavirus de wereld in zijn greep houdt, was het natuurlijk afwachten tot ook Lubach met een parodie over het coronavirus kwam. En inderdaad, zie hieronder.  

Onacor reizen

De duidelijke verwijzing naar reisorganisatie Corendon zal je niet ontgaan zijn. Deze verwijzing is te herkennen aan het feit dat er in de video, net als bij de reclames van Corendon, 2 mannelijke hoofdpersonages zijn die de vakanties regelen voor hun klanten. Net zoals in de reclames van Corendon stellen de hoofdpersonages zichzelf voor, in de video heten ze “Ona en Cor”, en in de reclames van Corendon heten ze “Cor en Don”. Zoals gewoonlijk is ook deze keer de parodie van Lubach goed bedacht en grappig. Maar wie het misschien minder grappig vindt is Corendon. Die wordt namelijk betrokken bij het virus, terwijl er niet eens een duidelijke aanleiding is. 

Ander gebruik

De vraag is of Corendon in merkenrechtelijk opzicht hier wat tegen moet of kan doen. Voor het gemak beperk ik mij hier tot Benelux wetgeving. In de Benelux is er 1 regel die interessant kan zijn bij parodieën op merken: de regel van het “ander gebruik”. Deze regel staat in art. 2.20 lid 2 sub d BVIE. Normaliter gaat het in het merkenrecht altijd om gebruik “ter onderscheiding van waren of diensten”. Met andere woorden: je gebruikt een merk zodat jouw klanten kunnen herkennen dat die producten of diensten van jou komen. Je koopt pindakaas met het Calvé-logo erop, omdat je weet dat je dan een product van Calvé koopt en dat je daarmee dus ook een bepaalde kwaliteit krijgt. Duidelijk toch? Bij “ander gebruik” gebruik je een merk echter niet om de herkomst van een bepaald product aan te duiden, maar om een andere reden. Wat voor reden? Bijvoorbeeld wanneer je een merk gebruikt voor een politiek statement. Of om een grap te maken. Kunst en persiflages zijn andere voorbeelden. Parodieën op merken vallen hier dus onder. 

Eisen

Om op basis van deze regel actie te kunnen ondernemen tegen ongewenste parodieën op merken, is het nodig dat je aan bepaalde eisen voldoet. Ten eerste moet er “ander gebruik” zijn. Er moet dus sprake zijn van gebruik niet in het economische verkeer. Daarnaast kun je alleen optreden als jouw merk identiek is genoemd. Een merk dat er op lijkt is dus niet voldoende. Er mag verder geen geldige reden zijn. Een geldige reden kan bijvoorbeeld zijn de vrijheid van meningsuiting. Tenslotte moet je als merkhouder schade hebben: er moet ongerechtvaardigd voordeel zijn getrokken uit of afbreuk zijn gedaan aan de reputatie of het onderscheidend vermogen van je merk. 

Alleen identieke merken

Zoals je ziet is één van de voorwaarden dat de ander jouw merk identiek noemt. Een merk dat er op lijkt is dus niet voldoende. En dat is precies waar het hier op strandt. Want heb jij ergens in die video van Lubach het merk Corendon voorbij zien komen? Inderdaad, het merk wordt nergens genoemd. Er is een hele duidelijke verwijzing, maar meer dan dat is het niet. Daarmee houdt het dan ook voor Corendon op voor wat betreft een eventuele actie op basis van deze regel. 

Van der Valk

Maar, in de video komt ook het merk Van der Valk voor. Tegen het einde van de video wordt er immers gezegd dat de fictieve reisorganisatie ook in “Van der Valk Diemen” actief is. Het merk Van der Valk wordt hiermee identiek genoemd. Als we kijken naar de overige eisen is er ook “ander gebruik”, en is er waarschijnlijk ook reputatieschade. Mensen kunnen namelijk gaan denken dat er een verband is tussen het hotel en besmetting. De laatste voorwaarde die we dan nog moeten hebben is dat er geen geldige reden is. In het geval van parodieën op merken gaat het vaak om een botsing tussen het merkrecht aan de ene kant en de vrijheid van meningsuiting aan de andere kant. Dit komt neer op een afweging tussen het belang van de merkhouder en het belang van de vrijheid van meningsuiting. Hoe denigrerend is de grap? Hoe erg is de schade van de merkhouder en hoe nodig was het voor degene die de grap maakte om de grap te maken en op die manier te maken? Dit zijn allemaal afwegingen waarvan de uitkomst per geval zal verschillen. 

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *